|

Ed "Onderduiken, 18 adressen"
Als joods jongetje vertrok Ed van Thijn in 1942 met zijn moeder naar kamp Westerbork, in afwachting van transport naar Auschwitz. Met veel geluk wist zijn vader hen vrij te krijgen. De 7-jarige Ed werd direct op een onderduikadres ondergebracht, zijn ouders doken later elders onder. Ed verbleef op achttien verschillende adressen. In november 1944 werd hij opgepakt, waarschijnlijk door verraad. De laatste maanden van de oorlog zat Ed gevangen in Zwolle en kamp Westerbork. Het gezin Van Thijn overleefde de jodenvervolging. Veel familieleden en vrienden niet.
Joodse families vervolgd
Hoewel het even leek dat de Duitsers de Nederlandse joden met rust zouden laten, volgde al snel de een na de andere anti-joodse maatregel. Stap voor stap werkten de Duitsers toe naar hun uiteindelijke doel, het vermoorden van de 160.000 joden in Nederland. Zwembaden, winkels, speeltuinen, bibliotheken, winkels en parken werden voor joden verboden. Joodse kinderen mochten alleen nog naar joodse scholen en kregen uitsluitend les van joodse leraren. De lange reeks vernederende maatregelen kende eind 1942 een nieuw dieptepunt met de invoering van de ´jodenster`. Alle joden, ook kinderen vanaf zes jaar, waren verplicht deze gele ster, waarop het woord ´Jood` stond, op hun kleding te dragen.
Vanaf juli 1942 stuurden de Duitsers joodse mannen, vrouwen en kinderen naar kamp Westerbork in Drenthe. Slechts weinig joden lukte het aan de greep van de nazi´s te ontkomen. Met hulp van het verzet vonden zij een onderduikadres. Joodse kinderen werden vaak gescheiden van hun ouders ondergebracht.
|
|