
Nohm "Ik wil geen bedelaar worden"
De 13-jarige Nohm uit Cambodja verloor door de oorlog zijn beide ouders en raakte zelf voor het leven gehandicapt. Hij was acht toen hij en hij en zijn vader bij een nachtelijke schietpartij getroffen werden door verdwaalde kogels. Zijn vader overleed en hij verloor een been. Omdat zijn moeder al eerder gestorven was, nam een tante hem en zijn jongere broertje in huis.
Nohm schaamt zich voor zijn handicap en maakt zich zorgen over zijn toekomst. Dan krijgt hij de kans om in de stad in een internaat te gaan wonen, waar hij een opleiding kan volgen. Ook krijgt hij een nieuwe prothese aangemeten die het lopen gemakkelijker maakt. Hoewel Nohm zijn familie erg mist is hij blij met deze kans op een opleiding. Ook vindt hij steun bij lotgenoten die hem helpen zijn minderwaardigheidsgevoelens te overwinnen.
Een dodelijke erfenis
Hoewel de oorlog al lang is afgelopen worden de inwoners van Cambodja nog steeds geconfronteerd met de dodelijke erfenis van tientallen jaren strijd. Naar schatting liggen in het land 10 miljoen landmijnen die nog dagelijks slachtoffers maken, ook onder kinderen. Daarom steunt Unicef in Cambodja uitgebreide voorlichtingscampagnes voor kinderen en volwassenen over de gevaren van landmijnen en ander onontploft oorlogstuig. In het lesmateriaal op scholen, door middel van posters, toneelvoorstellingen en rollenspelen wordt kinderen geleerd hoe te handelen als ze een landmijn vinden.
|