|
Toelichting op educatief programma
Door het onderwerp, de persoonlijke verhalen, de audiovisuele presentaties en de aantrekkelijke vormgeving leent de expositie zich uitstekend voor een educatief programma. Het programma sluit zo veel mogelijk aan bij de belevingswereld van jongeren. De tentoonstelling is geschikt voor leerlingen vanaf de groepen 7 en 8 van de basisschool en voor scholieren van het voortgezet onderwijs.
De invulling van het educatief programma krijgt verder vorm.Van wezenlijk belang voor het educatieve programma is de genoemde medewerking van de Anne Frank Stichting. Deze heeft geresulteerd in:
• Kijk-, lees- en werkboekje Oorlogskind. Het boekje is onafhankelijk van een bezoek aan de tentoonstelling op school te gebruiken. Als onderdeel van de Anne Frank krant bereikt dit boekje in maart/april 2005 ongeveer 150.000 leerlingen. Het boekje kan ook na mei 2005 als educatief materiaal bij de reizende tentoonstelling gebruikt worden.
• Dvd met de 12-tal korte filmportretten van personen die de oorlog als kind hebben meegemaakt en een aantal ‘actuele portretten’ van kinderen in oorlogsgebieden. Verder bevat de dvd een historische introductie met unieke beelden van kinderen en jongeren tijdens de oorlogsjaren. De dvd zal eveneens als bijlage bij de Anne Frank krant worden aangeboden.
• Een speciale zoekmogelijkheid naar kindermonumenten op www.oorlogsmonumenten.nl, de site van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, kan in het educatieve programma betrokken worden. Deze is ook op scholen te gebruiken. Dit onderdeel is direct met het educatieve programma dat@kid van de genoemde site. Dat@kid richt zich in het bijzonder op kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool.
Doel, opzet en benaderingswijze met betrekking tot educatie
De tentoonstelling draagt bij aan het ontwikkelen van het historisch besef over de Tweede Wereldoorlog onder jongeren. De vaste Tweede Kamercommissie voor jeugdvoorlichting over de Tweede Wereldoorlog heeft recent bij de staatssecretaris Mevrouw C. Ross-van Dorp zorg uitgesproken over het ernstige gebrek aan kennis over het recente oorlogsverleden onder scholieren. Bij de staatssecretaris werd aangedrongen op actief beleid om hierin verbetering te brengen. Ook vanuit het onderwijs zelf zijn er duidelijke signalen dat er behoefte is aan informatie en kennisoverdracht over de geschiedenis van oorlog en bezetting. De projectgroep NIOD wil hieraan met de tentoonstelling Oorlogskind een bijdrage leveren. Zoals omschreven in het projectplan is een van de doelen van de tentoonstelling de jongere generatie bewust te maken van wat de jaren van geweld, onderdrukking, vervolging en strijd hebben betekend voor kinderen, voor het gezin en voor de familie waartoe zij behoorden
De persoonlijke overlevering krijgt in de tentoonstelling speciaal accent. In audiovisuele presentaties verhalen ooggetuigen over ervaringen en gebeurtenissen uit de oorlogsjaren en de uitwerking hiervan op gezin en familie. De geïnterviewden, zelf kind tijdens de oorlog, geven aan wat de betekenis en invloed van de oorlog zijn geweest op hun verdere leven. De ervaring heeft geleerd dat in het onderwijs presentaties van direct betrokkenen uit de oorlog zeer aanspreken. Zij maken de geschiedenis inleefbaar en actueel. Om kinderen met een andere culturele achtergrond bij het onderwerp te betrekken zal, daar waar mogelijk, in de tentoonstelling aandacht worden gegeven aan aspecten van de ´eigen´ geschiedenis. Bijvoorbeeld de rol van Surinamers in de Tweede Wereldoorlog in relatie tot Nederland en de geschiedenis van Nederlanders in voormalig Nederlands-Indië.
Schoolbezoek en lespakket
• Via de directe mailing over de Anne Frank krant zullen de scholen in Nederland van de educatieve mogelijkheden van de expositie op de hoogte worden gesteld. Wij streven er daarnaast naar om alle informatie zoveel mogelijk via de website aan te bieden. Het NIOD zal er bij de afdelingen Communicatie en onderwijs van de provincies op aandringen scholen te benaderen om de tentoonstelling te bezichtigen. Wij zullen hen erop wijzen dat het werkboekje en de dvd ook na mei 2005 als educatief materiaal gebruikt kunnen worden.
|
|